Een praktische bandbreedte
Voor een volwassene werkt een hoogte tussen ongeveer 140 en 160 centimeter boven de vloer het prettigst. U kunt er dan met een gestrekte arm bij zonder te reiken, en u ziet in een oogopslag wat er hangt. Lager dan 120 centimeter dwingt u te bukken en dat doet u met een tas in de hand niet. Hoger dan 170 wordt het reiken voor wie kleiner is. Meet vanaf de vloer tot de onderkant van de haakjes, niet tot de bovenrand van het bord.
Waar u de hoogte aan afmeet
In plaats van een absolute maat kunt u beter uitgaan van iets wat er al hangt. De kapstok is een goed ijkpunt: het sleutelrekje komt daar meestal net onder of net naast, in dezelfde beweging als het ophangen van een jas. Hangt er een spiegel, dan is de onderrand daarvan een natuurlijke bovengrens. Zo ontstaat een rustig geheel in plaats van drie objecten op drie willekeurige hoogtes.
Als er een kastje of dressoir onder staat
Staat er meubilair onder, houd dan minstens 30 centimeter vrij tussen het blad en de onderkant van de haakjes. Anders hangen de sleutels op of net boven het blad en verliest het rekje zijn functie: alles komt alsnog op het meubel te liggen. Bij een rekje met een bak eronder telt de diepte mee. Steekt de bak verder uit dan het blad, dan stoot u er met de heup tegenaan bij het passeren.
Kinderen erbij of juist niet
Dat is een keuze en beide zijn verdedigbaar. Wilt u dat een kind zijn eigen fietssleutel zelf ophangt, dan hangt dat haakje op een hoogte waar het kind bij kan; een tweede rekje op 100 centimeter werkt daarvoor prima. Wilt u juist dat kleine kinderen er niet bij kunnen, dan is 160 centimeter een praktische ondergrens. Bedenk dat een kind snel groeit en dat een stoel de hoogte in een klap opheft; hoog hangen is dus geen slot.
Uitlijnen en aftekenen
Houd het rekje eerst met plakband op de gewenste hoogte tegen de muur en loop er een dag langs. Vaak blijkt dan dat het net iets anders moet. Teken pas daarna af, met een waterpas, en markeer de boorgaten via het rekje zelf of via de meegeleverde mal. Bij een rekje met twee schroefgaten bepaalt de bovenste het waterpas zijn; boor die eerst, hang het rekje op en teken de tweede af terwijl het hangt.



